Waterwegen in de Kempen
Een verfijnd netwerk van smalle kanalen tussen Maas en Schelde, en het schip dat er speciaal voor werd gebouwd: de kempenaar.
Wie vanuit het Limburgse de grens met België oversteekt, komt al snel terecht in een opvallend stukje vaargebied. De Kempen worden doorsneden door een netwerk van smalle, relatief ondiepe kanalen die in de negentiende eeuw werden gegraven. Samen vormen zij de zogenoemde Kempische kanalen: een van de zeven kanaalverbindingen tussen de rivieren Maas en Schelde.
Voor mij als spotter aan het Julianakanaal in Born is dit gebied vlakbij en vertrouwd. De sfeer op deze kanalen verschilt sterk van die op de brede vaarwegen: hier zie je nog kleinere schepen, krappe sluizen en een landschap waarin water, bos en industrie in elkaar overlopen.
De ruggengraat van het netwerk is het Kanaal Bocholt-Herentals, ook bekend als het Kempisch Kanaal of Maas-Scheldekanaal. Het verbindt de Zuid-Willemsvaart bij Bocholt met het Albertkanaal bij Herentals, over een afstand van ruim 57 kilometer. Het hoogteverschil tussen begin- en eindpunt bedraagt ongeveer 33 meter, dat met een reeks sluizen wordt overwonnen.
Op dit hoofdkanaal sluiten enkele andere kanalen aan, die kort na de aanleg werden gebouwd. Samen vormen zij het netwerk dat we vandaag de Kempische kanalen noemen:
Even verhelderen: de Kempische Vaart en het Kanaal Bocholt-Herentals
In oude bronnen worden deze namen makkelijk verward. De Kempische Vaart (voltooid in 1846) liep oorspronkelijk van Bocholt helemaal naar de haven van Antwerpen. In de jaren 1930 ging het westelijke deel grotendeels op in het toen nieuwe Albertkanaal. Het oostelijke deel bleef bestaan, werd verbreed en verdiept en kreeg de naam Kanaal Bocholt-Herentals. Daarmee verloor het wel zijn rol als belangrijkste vaarroute tussen Luik en Antwerpen, die overgenomen werd door het kortere, modernere Albertkanaal.
Geen scheepstype is zo nauw verbonden met deze regio als de kempenaar. Dit vrachtschip werd speciaal gebouwd om de smalle en ondiepe kanalen in Zuid-Nederland en Noordoost-België te kunnen bevaren. De afmetingen zijn niet toevallig: ze zijn afgestemd op de krappe sluizen, die bepalend waren voor wat een schip maximaal mocht meten.
De naam verwijst naar de Kempen, de streek waarin deze kanalen liggen. Een originele kempenaar is ongeveer 50 meter lang en 6,60 meter breed, met een laadvermogen rond de 400 tot 600 ton en een maximale diepgang van zo'n 2,50 meter. In de Europese CEMT-indeling valt het schip in klasse II. Er bestaan ook verlengde varianten van 55 of soms 60 meter.
Ongeveer 50 meter lang en 6,60 meter breed. Precies passend in de oude sluizen van de Kempische kanalen.
Zo'n 400 tot 600 ton bulk- en stukgoed, met een diepgang tot ongeveer 2,50 meter.
CEMT-klasse II. Verlengde varianten halen 55 tot 60 meter en wat meer laadvermogen.
Naast de kempenaar zie je op en rond deze kanalen ook de kleinere spits (de Franse péniche), met afmetingen rond 38,5 bij 5,05 meter en een laadvermogen van zo'n 300 tot 400 ton. Dat schip valt in CEMT-klasse I en kan op vrijwel alle Europese kanalen varen.
De vrachtvaart op de oudere Kempische kanalen is in de loop der jaren afgenomen, mede doordat het grotere verkeer naar het Albertkanaal trok. Tegelijk is de recreatie toegenomen: pleziervaart, fietsers en wandelaars langs de jaagpaden hebben deze rustige waterwegen ontdekt. Voor de spotter blijft het een prachtig gebied, juist door die mix van historie, klein vaarwerk en groen landschap.
Heb jij ook een mooi verhaal over Kempische kanalen of over de Kempenaars die erop varen? Een schip dat je nooit vergeet, een bijzondere ervaring als spotter of een herinnering aan jaren op het water? We horen het graag en plaatsen het met liefde op Binnenvaartspotter.nl.
Stuur jouw verhaal in ›
Het oude Kempens Kanaal, 10 sluizencomplexen
Dit kanaal, ook wel Kempisch Kanaal of Maas-Scheldekanaal genoemd, verbindt de Zuid-Willemsvaart bij Bocholt met het Albertkanaal bij Herentals over ruim 60 kilometer. Het werd aangelegd tussen 1843 en 1846. Het hoogteverschil van 33 meter tussen Bocholt en Herentals wordt overwonnen door tien sluizencomplexen. De eerste drie complexen (bij Lommel-Blauwe Kei en Mol) zijn dubbelsluizen: een oudere tweetrapssluis uit de jaren 1840 naast een enkelvoudige sluis uit de jaren 1920.
| Sluis | Plaats | Verval |
|---|---|---|
| Sluis 1A & 1N | Lommel (Blauwe Kei) | ca. 4,30 m |
| Sluis 2A & 2N | Mol | ca. 4,30 m |
| Sluis 3A & 3N | Mol | ca. 4,31 m |
| Sluis 4 | Dessel | ca. 1,91 m |
| Sluis 5 | Dessel | ca. 2,13 m |
| Sluis 6 | Mol | ca. 1,93 m |
| Sluis 7 | Geel | ca. 2,49 m |
| Sluis 8 | Geel (Ten Aard) | -- |
| Sluis 9 | Herentals (omgeving) | -- |
| Sluis 10 | Herentals | ca. 7,51 m |
De meeste sluizen meten 50 m x 7 m, de jongere exemplaren 55 m x 7,50 m. Sluis 10 bij Herentals stamt uit de jaren 1930, de overige verkeren grotendeels nog in hun oorspronkelijke staat.
38 kilometer, 10 sluizen
Dit kanaal verbindt het Kanaal Bocholt-Herentals bij Dessel met het Albertkanaal bij Schoten. Het overbrugt een hoogteverschil van 25,70 meter met tien sluizen, die allemaal op het westelijke traject Turnhout-Schoten liggen. Negen van de tien sluizen liggen zelfs in de laatste tien kilometer voor Schoten. Het kanaal is smal, met een maximumsnelheid van 7 km/u en speciale wisselplaatsen waar schepen elkaar kunnen passeren.
| Sluis | Plaats | Verval |
|---|---|---|
| Sluis 1 | Rijkevorsel | 1,13 m |
| Sluis 2 | Brecht | 2,51 m |
| Sluis 3 | Brecht | 2,50 m |
| Sluis 4 | Sint-Job-in-'t-Goor | 2,75 m |
| Sluis 5 | Sint-Job-in-'t-Goor | 2,50 m |
| Sluis 6 | Schoten | 2,46 m |
| Sluis 7 | Schoten | 2,48 m |
| Sluis 8 | Schoten | 2,35 m |
| Sluis 9 | Schoten | 2,41 m |
| Sluis 10 | Schoten | 4,60 m |
De sluizen 1 tot 9 meten 50 m x 7 m, sluis 10 meet 55 m x 7,50 m. Gemiddeld hebben de sluizen een verval van ongeveer 2,5 meter.
Kort maar steil, 2 sluizen met groot verval
Dit korte verbindingskanaal van 4,8 kilometer in Belgisch-Limburg, vlak ten noorden van Maastricht, koppelt het Albertkanaal bij Briegden aan de Zuid-Willemsvaart bij Neerharen. Het werd tussen 1930 en 1934 samen met het Albertkanaal aangelegd, zodat schepen Maastricht en dus Nederlands grondgebied konden vermijden. Het overbrugt een hoogteverschil van 20 meter met slechts twee sluizen, beide met een opvallend groot verval. In de sluiswanden zitten nog bunkers verstopt uit de Tweede Wereldoorlog.
| Sluis | Plaats | Verval |
|---|---|---|
| Sluis Lanaken | Lanaken / Smeermaas | 8,40 m |
| Sluis Neerharen | Neerharen | 8,79 m |
Niet elk Kempisch kanaal heeft sluizen nodig. Het Kanaal Dessel-Kwaadmechelen (15,7 km) bevat geen enkele sluis, omdat het op één waterpeil ligt en aansluit op het Albertkanaal bij Kwaadmechelen. Ook het Kanaal naar Beverlo, gegraven tussen 1854 en 1857 tussen Lommel en het kamp van Beverlo in Leopoldsburg, werd zonder sluizen aangelegd: het traject volgt de rand van het Kempisch plateau om hoogteverschillen te vermijden.
De Zuid-Willemsvaart, het oudste Kempische kanaal en met bijna 122 kilometer veruit het langste, kent over haar volledige loop wel sluizen, maar die liggen grotendeels buiten het eigenlijke Kempische plateau en vallen daarom vaak onder een eigen bespreking.