Waterwegen in Frankrijk
De drukke noord-zuidader van Frankrijk en de bijzondere schepen die er varen
Wie vanuit het noorden Frankrijk in wil varen, komt vroeg of laat langs het Canal du Nord. Dit gegraven kanaal vormt al sinds 1965 de belangrijkste verbinding tussen de vallei van de Oise en het Kanaal Duinkerke-Schelde, en daarmee een hoofdroute richting Parijs en de Seine.
Voor spotters is het kanaal extra interessant. De relatief smalle sluizen zorgen ervoor dat hier een heel eigen soort schepen vaart, schepen die je op de bredere Europese vaarwegen veel minder snel tegenkomt. In dit overzicht leest u waar het kanaal loopt, hoe het is gebouwd en welke scheepstypen er thuishoren.
Ongeveer 95 kilometer, van Pont-l'Évêque aan het Canal latéral à l'Oise tot het Kanaal Duinkerke-Schelde bij Arleux.
19 sluizen van ongeveer 91,9 meter lang en 6 meter breed. Die breedte bepaalt welke schepen er passen.
Twee tunnels: Ruyaulcourt (ca. 4,3 km) en Panneterie (ca. 1,1 km), elk op een scheidingspand.
Het Canal du Nord werd ontworpen als alternatief voor het oudere en tragere Canal de Saint-Quentin. De aanleg begon in 1908, maar door de Eerste Wereldoorlog en de jaren daarna lag het werk lange tijd stil. Pas nadat de bouw rond 1960 weer werd opgepakt, kon het kanaal in 1965 worden geopend. Een doorlooptijd van ruim een halve eeuw dus.
Het kanaal kent twee scheidingspanden die met pompgemalen op peil worden gehouden, gevoed vanuit de Oise en de Aisne. Onderweg passeert het onder andere Marquion, Moislains, Péronne en Noyon, en sluit het via de gekanaliseerde Somme aan op het bredere vaarwegennet.
De sluizen van het Canal du Nord zijn met ongeveer 6 meter breed relatief smal. Daardoor passen de grote Rijnschepen er niet doorheen. Het kanaal is, samen met het Canal de Saint-Quentin, dan ook een van de redenen dat de klassieke spits (de Freycinet-spits) tot op de dag van vandaag blijft varen. Het kanaal werkt zo als een natuurlijke flessenhals: alleen schepen binnen de juiste maten komen verder Frankrijk in.
Het klassieke Franse vrachtschip, ongeveer 38,5 meter lang en iets meer dan 5 meter breed, met een laadvermogen van zo'n 350 tot 400 ton. Deze maat is afgestemd op de oude Freycinet-sluizen en vormt nog altijd de ruggengraat van de Franse binnenvaart.
Speciaal voor dit kanaal gebouwde schepen, ongeveer 55 tot 72 meter lang en rond de 5,75 meter breed, met een laadvermogen van zo'n 550 tot 900 ton. Ze benutten de sluisafmetingen maximaal en zijn hier dan ook een vertrouwd gezicht.
Daarnaast vaart er een tussencategorie: verlengde spitsen van ongeveer 42 tot 50 meter (400 tot 500 ton), en spitsen die in de lengte aan elkaar worden gekoppeld tot een 'convoi'. Samen met de Canal du Nord-schepen vormen zij het grootste verkeer dat hier verder Frankrijk in kan.
Er wordt gewerkt aan het nieuwe Canal Seine-Nord Europe, een grootschalige verbinding met sluizen van 195 meter lang en 12,5 meter breed, geschikt voor schepen tot ongeveer 4.400 ton. Delen van het huidige Canal du Nord zullen daarin opgaan of erdoor worden vervangen.
Belangrijke mijlpalen van het project
Het bestaande, oude Canal du Nord blijft tijdens de bouw grotendeels bevaarbaar voor de scheepvaart. Wel zijn er de komende jaren periodiek geplande stremmingen voor aansluitings- en bouwwerkzaamheden. In maart 2026 ging het kanaal bijvoorbeeld tijdelijk dicht voor werk aan de nieuwe verbinding.
Voor spotters betekent dat: de vertrouwde flessenhals en de bijbehorende spitsen en Canal du Nord-schepen zijn op termijn niet meer vanzelfsprekend. Geniet er dus van zolang het kan.
Heb jij ook een mooi verhaal over het Canal du Nord of over de schepen die erop varen? Een schip dat je nooit vergeet, een bijzondere ervaring als spotter of een herinnering aan jaren op het water? We horen het graag en plaatsen het met liefde op Binnenvaartspotter.nl.
Stuur jouw verhaal in ›